Boek 1 – Hoofdstuk 2 SAMENVATTING BIJ BOEK 1 – HOOFDSTUK 2

Hoofdstuk 2: Het probleem van de wereldgeschiedenis

btn opener Niettegenstaande de gelijkwaardigheid van beide wereldbeelden is, net zoals het worden aan het gewordene ten grondslag ligt, geschiedenis de oorspronkelijke en natuur de latere wereldvorm. Met ‘oorspronkelijke’ wereldvorm doelt Spengler op de ‘duistere oerzielachtige omringende wereld van de vroegste mensheid’. Het gaat hier om de mensheid voor het ontstaan van grote culturen. Natuur is een vorm van werkelijkheidsbezit die enkel voor bewoners van grote steden van late culturen mogelijk is,...

§ 4

Met wereldbeeld doelt Spengler hier op het beeld dat voorbestemd is om door een individu gecreëerd te worden van de hem omringende werkelijkheid. De mens kan er maar aan één tegelijkertijd gestalte geven: ofwel een natuurbeeld ofwel een historisch beeld. De grote taak de wereld te leren kennen is voor zowel de natuur- als de geschiedenismens dezelfde: de vormentaal van het wereldbeeld in haar zuiverheid weergeven. In lijn met de twee wereldbeeldopties contrasteert Spengler natuurkennis met...
btn opener ‘De systematische vorm van wereldbeschouwing heeft in het Westen in de vorige eeuw zijn hoogtepunt bereikt en is sindsdien over zijn hoogtepunt heen.’ De fysionomische heeft volgens Spengler zijn grote tijd echter nog voor zich. Spengler voorspelt dat alles uiteindelijk gevat zal worden in ‘één enkele reusachtige fysionomie van het menselijke’. In hoofdstuk 1 is wiskunde al als een hoofdstuk van de fysionomie behandeld. Hier werd de wiskundige als mens, als orgaan van een cultuur beschouwd....